Menu

Basis

Kerk, wees te stellig!

Hand die microfoon in de lucht houdt.
(Beeld: iStock)

Geregeld klinkt de vraag of de Kerk moet spreken. Sommigen vinden dat het te snel te politiek wordt. Maar maakt het zwijgen van de Kerk haar niet medeverantwoordelijk?

 ‘No Trump! No KKK! No Fascist USA!’ (‘Geen Trump! Geen Ku Klux Klan! Geen fascistische Verenigde Staten!’) Zo klinkt de poëzie van punkband Green Day. Punkbands hebben nooit veel moeite gehad om zich politiek te uiten. Het is dan ook geen verrassing dat maar weinig predikanten liefhebbers zijn van punk.

Waarvan houden dominees dan wel? Omdat ik zelf ook dominee ben, weet ik maar al te goed dat algemeenheden alleen in het algemeen waar zijn. Ik houd van muziek waarvan de meeste collega’s zich verre houden. (Terwijl ik dit schrijf, tettert een Zweedse metalband door de boxen.)

Kerk, spreek je uit?

In dit artikel gaat het over ‘je uitspreken’, over stellingnemen. Aan stellingnemen gaat een aantal stappen vooraf. Zo is het belangrijk om, voor je je uitspreekt, goed te weten waarover je het hebt. Het is belangrijk om een fatsoenlijke analyse te maken. Lang heb ik gedacht dat het daaraan vaak ontbrak in de kerk. Zo zat ik in mei 2024 om de tafel met het moderamen van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De aanleiding voor het gesprek was de verkiezingsuitslag waarin de PVV de grootste partij werd. Onze vraag was of de kerk een uitspraak kon doen over extreemrechts. Het moderamen zag dat niet zitten: de gedachte was dat het wel zou overwaaien, én dat zo’n stellingname zou zorgen voor polarisering binnen de kerken. Het eerste is een voorbeeld van gebrekkige analyse. Het tweede is een gebrek aan moed.

 Het is veiliger om niemand voor het hoofd te stoten. Het geeft spanning om extreemrechtse ideologie in de Tweede Kamer zo te benoemen. Het geeft spanning om de genocide in Gaza een genocide te noemen. Het is veiliger om te mompelen over pijn aan beide kanten. Maar ik ben nu op het punt gekomen dat ik niet denk dat het alleen aan een gebrek aan moed ligt of aan een gebrekkige analyse. Ik denk dat de kern van het probleem in de kerken de dispositie (een soort persoonlijkheidstrek)is van veel kerkelijke leiders. Met die term kom ik automatisch zwak te staan. Want dispositie is nu eenmaal een wat vage term. En het gaat niet om iets wat gemakkelijk aan te wijzen is. Daarom zeg ik erbij dat ik verre van zeker ben en dat ik benieuwd ben of andere lezers zich hierin herkennen.

De vier B’s in domineesland

Aan de andere kant: ik loop al heel wat jaren mee in domineesland. Ik weet dat Bach populairder is dan Green Day. Dat zal deels met de muziek zelf te maken hebben. Maar ook deels met de houding: bij punk denkt men aan ‘rebels, luidruchtig en onbeschaafd’. Klassieke muziek roept exact het tegenovergestelde beeld op, al dan niet terecht. Het is keurige muziek voor beschaafde mensen. Aan dominees kleeft eerder het imago van ‘bedachtzaam’ dan het imago van ‘scherp’. Als ik eerlijk ben is dat nog de meest vriendelijke kwalificatie. Ik denk dat bij ons dominees eerder de vier B’s van toepassing zijn: Bach, Bezadigd, Bezonnen en samengevat: Braaf.

Voor wat ik hier schrijf, heb ik geen harde bewijzen. Maar ik ben ook geen ‘vreemdeling in Jeruzalem’: ik ken de predikantenwereld van binnenuit. Bij een meningsverschil kan men maar beter niet ‘te stellig’ zijn. Dit verwijt staat ongeveer op dezelfde voet van ketterij in de vroege kerk. Ik begrijp deze reflex wel: als iemand zich uitspreekt, betekent dat dit ook mensen raakt die het er niet mee eens zijn. Het punt is alleen: hoe erg is dat eigenlijk?

Is het erg om ‘te stellig’ te zijn?

Wie in wezen gericht is op het leven van een vriendelijk bestaan, waar je anderen zo min mogelijk voor het hoofd wil stoten, zal zich drie keer bedenken om uit te spreken over onrecht. In iedere situatie van onrecht zijn er mensen die profiteren van de bestaande verhoudingen. Zijn we bereid om mensen emotioneel te raken? Durven we het bijvoorbeeld aan om collega’s aan te spreken op hun racistische overtuigingen? Hebben we er zin in om een keer níet in gesprek te gaan en gewoon een grens te trekken?

 Zijn we bereid om een cultuur van braafheid aan de kant te zetten? Zijn we bereid om te stellig te zijn?

Folkert de Jong is dominee van de Evangelische Broedergemeente Haaglanden. Reacties op dit artikel zijn welkom: folkert.j.de.jong@gmail.com.


Spreek!
Open Deur 2026, nr. 4

Wellicht ook interessant

Meisje die een blad vasthoudt met No War erop geschreven met No doorgestreept
Meisje die een blad vasthoudt met No War erop geschreven met No doorgestreept
Basis

Hoe bereiken we vrede?

Er zijn twee gezegdes over hoe vrede te bereiken. ‘Wie vrede wil moet zich op oorlog voorbereiden’ en ‘Wie vrede wil moet zich op vrede voorbereiden’. Terwijl de eerste visie probeert de tegenstander af te schrikken door met oorlog te dreigen, probeert de tweede visie met vredelievende handelingen de vrede te bereiken. Beide visies worden in het christendom verdedigd, laat Erik Sengers in zijn nieuwste bijdrage zien, dus wat is wijsheid, als het om vrede gaat?  

Gods slaafgemaakten
Gods slaafgemaakten
None

Thema: Gods slaafgemaakten

In deze aflevering gaat Elsbeth Gruteke in gesprek met Martijn Stoutjesdijk. De aanleiding is het boek Gods slaafgemaakten. Theoloog en historicus Martijn Stoutjesdijk is een diepgravend onderzoek naar de rol van het christendom in het slavernijverleden, in het bijzonder dat van Nederland. Het slavernijverleden van Nederland is immers een zwarte bladzijde. Martijn Stoutjesdijk laat zien hoe in de Bijbel, de vroege kerk en de vroegmoderne tijd werd gepleit voor slavernij maar ook hoe vrije en slaafgemaakte christenen door de eeuwen heen tegenwicht boden. Stoutjesdijk toont dat het er soms om spande en hoe de geschiedenis onfortuinlijk toch de kant van de slavernij koos.

Man met zijn handen voor zijn mond
Man met zijn handen voor zijn mond
Basis

De subtiele wreedheid van categorieën

Mensen zijn geobsedeerd door patronen. We vinden ze in de sterren, in de grond, en wie goed op let ziet ze ook in andere mensen. Het herkennen van patronen kan noodzakelijk zijn, omdat het ons helpt een complexe wereld te categoriseren en te navigeren. Toch kleeft er ook een schaduwzijde aan: wanneer patronen gebruikt worden om een andere groep te controleren, te definiëren of zelfs te schaden. Op het moment dat categorieën worden verheven van voorlopige beschrijvingen naar onbetwistbare waarheden, volgt schadelijk gedrag in onze meest intieme omgevingen en in onze belangrijkste instellingen. In gezinnen spreken we bijvoorbeeld over de “verantwoordelijke eerstgeborene kinderen” en zien we hoe die labels geleidelijk verharden tot verwachting. In samenlevingen worden mensen ingedeeld in “verdienstelijk” of “onwaardig,” en vervolgens wordt daar beleid op gemaakt. Wat begint als een handige mentale snelweg verandert langzaam in een script dat bepaalt wie mag floreren en wie klein moet blijven.

Nieuwe boeken