Leerlingen gevraagd
Hoe worden jongeren, of ook ouderen-nieuwkomers, ingewijd in de praktijk van het geloof? Niet zozeer om kennis gaat het dan, maar over ‘geloven in het dagelijks leven vandaag’. Hoe leer je dat? ‘Het begint bij mensen, die als betrouwbare gidsen zélf leren en groeien in hún geloofspraktijk en bereid zijn hun leven te delen’, is de conclusie in dit artikel.
Jaren geleden was ik bij een bijeenkomst van jongerenwerkers uit allerlei christelijke organisaties en kerken. Een breed scala aan veelal jonge mensen. Over één ding waren ze het eens: jonge mensen hebben volwassenen nodig die wéten wat hen inspireert, waar ze gelovig voor gaan en die hen vóór kunnen gaan in geloof en leven.
Geen mensen die op alles een antwoord hebben (dat vertrouwen ze niet), maar ook geen mensen die bij iedere vraag zeggen: ik weet het ook niet zo goed, ik twijfel veel, wat vind jij? Dan gaan ze een deurtje verder. Het gaat om mensen die blijven leren in hun geloof en benieuwd zijn naar wat jonge mensen bezighoudt. Ze delen hun leven en zijn daarin betrouwbare gidsen. En, zo werd gezegd: DIE ZIJN ER VEEL TE WEINIG.
Het was een hartenkreet, er vloeiden zelfs tranen en het maakte een diepe indruk op mij. Later bedacht ik: we hebben een woord voor dat soort mensen: discipelen. Leerlingen van Jezus die blijven leren en tegelijk ook delen van wat ze hebben ontvangen.
Vragen naar God
Dit artikel gaat over initiatie. Dat is méér dan een introductie. Initiatie gaat over je hele leven, het markeert een overgang van de ene situatie naar de andere, van kind naar volwassene bijvoorbeeld (denk aan initiatieriten in allerlei culturen).
Discipelen: leerlingen die blíjven leren en tegelijk ook delen van wat ze ontvingen
Een ander woord is: inwijding. Hoe wijden we mensen in in het christelijk geloof? Ik vraag het wel eens in een kerkdienst: ‘Stel er komt iemand binnen die vraagt: ik ben op zoek naar God, kunt u me verder helpen?’ Wat doen we dan? Hebben we daar een idee bij? Hoe kun je God leren kennen? Ik zal betogen dat het daarbij allereerst om die betrouwbare gidsen gaat. Goed materiaal kan behulpzaam zijn, maar is secundair.
Leven delen
Als je kijkt naar het leven van Jezus, dan doet Hij méér dan het houden van toespraken of het geven van onderwijs. Hij deelt zijn leven met zijn leerlingen. Ze zien hoe Hij leeft, wandelt, boos is, verdrietig, hoe Hij bidt, eet, werkt. Jezus deelt zijn leven met zijn leerlingen. Zoals een rabbi dat doet.
Later zien we hoe ook Paulus hetzelfde doet, hij schrijft aan de christenen in Tessalonica: ‘ik was niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven’. (1 Tess. 2:8) Initiatie gaat dus over méér dan kennis. Het gaat over de praktijk van het dagelijks leven. Wie zijn we als gemeenschap van Christus? Delen we ons leven met elkaar, helpen en bemoedigen we elkaar in de dagelijkse praktijken van het geloof? Het begint bij onszelf.
Onze geschiedenis
In onze kerk was ‘belijdenis doen’ lange tijd vooral een zaak van kennis. Op de belijdeniscatechese leerde je de catechismus, vragen en antwoorden over de inhoud van het geloof. ‘Links de vragen, rechts de antwoorden en als je die uit je hoofd kende mocht je belijdenis doen’, vertelt mijn oudere zus. Natuurlijk, de vraag klonk ook of je die kennis met je hart kon beamen, maar daar ging het minder over.
Initiatie gaat over méér dan kennis – de praktijk van het dagelijks leven
In de OudKatholieke Kerk maakte ik mee dat aan volwassen dopelingen ook een belofte werd gevraagd rond wekelijkse kerkgang, dagelijks gebed en Bijbel lezen. ‘Moet ik nu iedere zondag naar de kerk?’, vroeg een belijdeniscatechisant een paar jaar terug. ‘Jazeker,’ antwoordde de predikant, ‘op z’n minst twee keer per maand’. Dat was niet helemaal wat de catechisant verwachtte. We zijn in onze kerk gewend aan ruimte en vrijheid. Mede omdat veel mensen tabak hadden van de voorschriften en regels, die ze als een keurslijf hebben ervaren. Maak zelf je keuzes, doe wat je hart je ingeeft en wat bij je past. Vrijheid voorop. Die vrijheid kan vervolgens weer een hindernis zijn – zodat nieuwe gelovigen geen idee hebben hoe ze hun leven met Christus vorm moeten geven. Alleen de zondagse kerkdienst bezoeken, is niet genoeg. Er zijn voorbeelden nodig van het dagelijks leven met Christus. Hóe dan? Het gaat om een levensweg. De eerste christenen werden niet voor niks mensen van de Weg genoemd.
In de kerk van de eerste eeuwen werden dopelingen in drie jaar (!) voorbereid op hun doop. Dat is wel even anders dan hoe het ging met Filippus en de kamerling uit Ethiopië: na één gesprek werd hij gedoopt in water langs de kant van de weg. Die gebeurtenis is geen voorschrift voor de dagelijkse praktijk van nu (straatevangelisatie en dan in de plaatselijke vijver dopen), het is meer een noodoplossing voor een doorreizend hoge ambtenaar op weg naar huis. Je mag hopen, dat hij in volgende jaren bij zijn bezoeken aan Jeruzalem verder geholpen is in zijn weg met God. Er was toen nog geen curriculum of een catechismus, die zijn in de loop der eeuwen ontstaan. De toespraken van Paulus in Handelingen, en de Brieven, geven wel een beeld van wat er te leren valt, met hoofd, hart en handen.
Verhalen en ervaringen
Er zijn verhalen te vertellen over twintigers die de drempel van de kerk overstappen, op zoek naar God. Via TikTok maakten zij kennis met andere jonge mensen, die gelovig zijn gaan leven, die God hebben leren kennen. Er zijn verhalen te vertellen van kinderen, die opgroeien in de kerk en méér willen weten. Er zijn verhalen over oudere mensen, die na een lange zoektocht weer of voor het eerst bij de kerk aankloppen. Zij laten zich dopen, een overgangsrite, met een diepe betekenis: van dood naar nieuw leven. Hoe wijden wij hen in? Hoe bereiden we mensen voor op hun doop?
Ik vroeg het een predikant, die dit geregeld meemaakt. Hij is nog altijd op zoek naar geschikt materiaal. Sprokkelt het meeste zelf bij elkaar en laat ook veel afhangen van wat de deelnemers vragen en inbrengen. ‘In ieder geval gaat het over de Drie-eenheid, over de doop zelf, over de grote lijnen van de Bijbel en grondwoorden als vergeving, vernieuwing en het gebed’, vertelt hij. Vragen over de schepping en het lijden in de wereld komen sowieso aan de orde vanuit de deelnemers. De christelijke feesten of geloofsbelijdenissen kunnen een goede kapstok zijn om het grote verhaal van God te vertellen.
Het persoonlijk leven, de weg van de dopeling, zijn of haar vragen en worstelingen: ze dienen goed gehoord te worden. Daarbij speelt de persóon van de predikant of begeleider een belangrijke rol. Is hij of zij zelf een ‘leerling’ zoals beschreven door de jongerenwerkers? Benieuwd, open, lerend en tegelijk met een levend geloof, waar hij of zij woorden voor heeft, in een taal die aansluit?
Dat betekent niet dat je het Evangelie reduceert tot een soort papje, dat makkelijk naar binnen glijdt (zoals een predikant dat ooit eens kritisch verwoordde). De weerbarstigheid van het Woord, van het alledaagse leven met alle lijden en pijn, de tegendraadsheid van het Evangelie: het gaat om een proces dat niet los staat van de realiteit van het leven. De Bijbel is er vol van, van verhalen van pijn, moeite en van geweld en verdriet. Christus ging er letterlijk aan onderdoor. Theologie en geloofsverhalen, die losgezongen zijn van de vaak rauwe en ook wondermooie werkelijkheid, slaan de plank mis.
Proef geloven
‘Smaak en zie dat God goed is’, zingt Psalm 34. ‘The proof of the pudding is in the eating’ – of de pudding gelukt is, weet je alleen als je proeft. Probeer het eens, gelovig zijn; word ‘proefgelovige’! Stephan Sanders, de filosoof die Katholiek werd, is er een voorbeeld van. Hij proefde door iedere zondag (weer) naar de mis te gaan. Hij oefende. ‘Doe een tijdje alsof en het kan zijn, dat je dan meer duidelijk wordt dan wanneer je alleen maar toekijkt’, luidt het advies van een pionier. Het is geen kwestie van huichelachtig gedrag, maar een ernstige poging om geloof in de praktijk van alledag serieus te nemen.
Geestelijke oefeningen
Geloven in de praktijk: dat is wat al eeuwenlang gebeurt als we samen zingen, bidden, de Bijbel lezen, anderen dienen en liefhebben en ons geld geven. Kerkmensen dragen veel vrijwilligerswerk. Veel van die ‘oefeningen’ zijn we in de Protestantse traditie kwijt geraakt. Bidden voor (én na) het eten, Bijbellezen na de maaltijd, een avondgebed – het is er in de drukte van veel levens bij ingeschoten en er is weinig voor in de plaats gekomen. Als we anderen willen voorgaan en gidsen in een leven met Jezus, zullen we op z’n minst ook zélf moeten oefenen in een leven met God, in woord en daad.
Nieuwe gelovigen hebben geen idee hoe hun leven met Christus vorm te geven
Jonge generaties, met name Gen-Z (twintigers), zijn op dit moment geboeid door het werk van John Mark Comer, een voorganger die in zijn boeken en podcasts mensen uitdaagt om de praktijken van het leven van Jezus in te oefenen: gemeenschap, vasten, bidden, Bijbellezen, geven, de rust van de sabbat zoeken, enzovoort. In kleine praktische stappen laat je zo datgene wat je hoort, wat onderwezen wordt, landen in je leven – en het blijkt levensveranderend. Comer staat in de rijke traditie van Dallas Willard, Richard Foster en Henri Nouwen, die op hun beurt teruggrijpen op de traditie van de oude kerk en de kerkvaders. Niks nieuws dus, maar wel nieuw ontdekt. Initiatie is dan ook: samen met jongeren en ouderen geloof ontdekken en inoefenen. Boeken kunnen helpen, zoals de boeken van Comer, het recente boek van Bas van der Graaf (‘Levenslessen van Jezus’) of een goede introductiecursus op het christelijk geloof (Alpha is de bekendste). Filmpjes en podcasts bieden nieuwe mogelijkheden. Ook de christelijke feesten kunnen aanknopingspunten zijn. Zie hiervoor www.cursusvieren.nl. Maar het begint bij mensen, die als betrouwbare gidsen zélf (opnieuw) leren en groeien in hun geloofspraktijk en bereid zijn hun leven te delen.
Drs. Nynke Dijkstra-Algra is predikant in de Protestantse Kerk. Ze is daar als specialist missionair werk in algemene dienst.