Menu

Basis

Spreken op de existenti๋le laag in een spirituele oase

Bladeren in zonlicht
(Beeld: Ville Heikkinen via iStock)

Een pastorale vraag, een vraag die in het bezoekwerk gesteld wordt: hoe en waarover spreken wij met elkaar? Hoe komen we van ‘de koetjes en kalfjes’ naar een diepere laag? Want dแt is toch de bedoeling… die diepere laag? Bij dit soort vragen en gedachten is het wellicht helpend onderstaand artikel eens te lezen!

‘Hoe kom je in pastorale gesprekken op de existenti๋le laag?’, was de vraag die de redactie van dit blad mij voorlegde. Die vraag kwam binnen, want ik had net mijn proefschrift afgerond, dat daarover gaat. Hoe voeren geestelijk verzorgers in ziekenhuizen hun gesprekken met mensen die daar zijn opgenomen? Zo’n ziekenhuisopname is meestal een ingrijpende ervaring en levensvragen liggen dan dicht onder de oppervlakte. Maar hoe verbinden geestelijk verzorgers die ervaringen en vragen nu met bronnen van zin en geloof? Door goed naar hen te kijken en te luisteren valt er vast veel te leren, dacht ik, en dat bleek ook zo.

Hoe verbinden geestelijk verzorgers onze ervaringen en vragen met bronnen van zin en geloof?

‘Hoe kom je in gesprekken op de existenti๋le laag?’ De vraag raakte me ook nog op een andere manier. Als dienstdoend predikant heb ik hem mijzelf dikwijls gesteld en hoorde ik in het verband van de kerk ook vele ambtsdragers, ouderlingen of contactpersonen hem stellen. Ergens was er een idee dat, in contact met de ander, in het pastoraat een terrein betreden moest worden dat heel specifiek is. ‘Alleen maar’ koffie of thee drinken en de verhalen horen van de huwelijksjubilea, of het gepresenteerd krijgen van het fotoalbum over de laatste bijzondere reis die gemaakt was, voelt dan niet als voldoende. Moet het niet om m้้r gaan? Om andere dingen gaan?

In dit artikel stel ik eerst twee voorvragen. Ten eerste: wat ํs die existenti๋le laag? Ten tweede: Wie komt er eigenlijk op de existenti๋le laag? Vervolgens reik ik een aantal aspecten aan die behulpzaam kunnen zijn in het nadenken over levensbeschouwelijke communicatie, zingevende of pastorale gespreksvoering. Ik noem er vier: vertraging, beeldspraak, laagwisseling en gepaste zelfonthulling.

Voorvraag ้้n: Wat is de existenti๋le laag?

Een voor de hand liggende gedachte is dat we de existenti๋le laag betreden als het in onze gesprekken gaat over existenti๋le thema’s, zeg maar: de grote vragen van het leven, die ontstaan rondom eindigheid, verantwoordelijkheid en schuld, relaties, de zinvolheid en betekenis van ons leven, onze identiteit. Een existentieel-spirituele laag betreden we als ook onze verhouding tot God, tot dat wat groter is dan wijzelf, ter sprake komt. Het staat dan naast (en komt dan na) het thee drinken, het verhaal over het gevierde jubileum of als het fotoalbum weer gesloten is. En de vraag is dan: hoe kom je nu van het ้้n naar dat andere?

Ik denk echter dat de existentieel-spirituele laag veel dichter bij thee, jubileum en album liggen. De boodschap, die mensen elkaar geven, bevat meerdere lagen, die niet na of naast elkaar komen, maar met elkaar verweven zijn.

Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Wanneer iemand zegt: ‘het regent’ dan horen we daar onmiddellijk al twee lagen tegelijk. Er is de feitelijke of zakelijke laag. Dat betekent vanuit die laag, dat er water uit de lucht valt. Maar zo zakelijk zegt niemand het ooit. Bijna altijd zullen we er ook een emotie in horen: we horen een sombere toon, want de plannen van die dag vallen nu in het water. Iemand is teleurgesteld, verdrietig of boos. Of juist heel erg blij. Denk aan de boer, die na een periode van droogte de eerste druppels ziet vallen en blij of opgelucht roept: ‘het regent!’

Verweven met de feitelijke of cognitieve laag is er dus de emotionele laag. En als iemand op maandagmorgen somber naar buiten staart en zegt: ‘het regent’, dan kan dat op zo’n manier klinken, dat ‘als de week zo begint, het de rest van de week ook wel niets meer zal worden.’ En dat is een levensbeschouwelijke opmerking. Het drukt een visie op het leven uit. En ineens is de existenti๋le laag voluit in dat ene zinnetje ‘het regent’ aanwezig. Ten slotte: het is hoogzomer, geen wolkje aan de lucht en iemand zegt ‘het regent’.

In het feitelijke verhaal zijn ook emoties te horen, en ook levensovertuiging, hoe God beleefd is…

Dan is dat de uitdrukking van wat iemand innerlijk doormaakt en is het zinnetje een symbool.

Deze laatste twee lagen noem ik de existentieelspirituele laag, de laag waarmee wij uitdrukken hoe wij ons verhouden tot het leven, tot dat wat groter is dan wijzelf, tot wat ons motiveert en inspireert, maar ook hoe wij daarmee soms hebben te worstelen. Het gaat over welke betekenis ons leven heeft en welke bronnen ons daarin steunen of zijn opgedroogd. Natuurlijk gaat het in het verhaal van het huwelijksjubileum over de jaren van verbondenheid die gevierd zijn. Maar in dat verhaal zitten ook de emoties, die daarbij gevoeld worden. En in datzelfde verhaal klinkt ook de levensovertuiging door, de betekenis van die jaren, van die levensgang. Hoe God daarin beleefd is.

Op de existenti๋le laag komen is dus niet zozeer een sprong maken van het eerste deel van een gesprek naar een volgend existentieelspiritueel thema, maar het vraagt om het existentieel-spirituele te kunnen horen en benoemen ํn de gebeurtenissen van het leven, waarover de gesprekspartner spreekt met de bijbehorende emoties.

E้n van beiden heeft het nodig om iets meer feitelijk te spreken over wat aan de orde is

Voorvraag twee: Wie komt er eigenlijk op de existenti๋le laag?

Ook hier is er een voor de hand liggende gedachte: dat is natuurlijk degene, die pastoraal verantwoordelijk is. De pastor, de ouderling, de contactpersoon, de predikant. Het onderzoek, dat ik uitvoerde in de praktijk van geestelijke verzorging in het ziekenhuis, laat echter zien dat het juist de gesprekspartners zijn, die als eerste de existenti๋le laag betreden en vaak al in het begin van het gesprek. Soms door rechtstreeks de thematiek te benoemen, maar heel vaak ook in de vorm van beeldspraak, metaforen, vaste zegswijzen of spreekwoorden.

Natuurlijk kan ook degene in de pastorale rol het initiatief nemen, maar die doet dat dan eigenlijk altijd op basis van wat de ander vertelt. Zeker waar het leven moeilijk is, is er een verlangen om daar met iemand over te spreken. Dat gaat ook gepaard met kwetsbaarheid en wellicht daarom begint het vaak met zo’n meer symbolische uitdrukking, maar het is dus vooral de kunst om de signalen daarover op te merken en te benoemen.

Dit gegeven mag bij degene in de pastorale rol tot ontspanning leiden. De gesprekspartner gaat je voor. Minder denken over hoe je toch de ‘diepte’ moet bereiken en meer ontspannen horen hoe de ander de weg naar de diepte voorbereidt.

Behulpzame aspecten

Vertraging

De vraag hoe op de existenti๋le laag te komen, roept een soort haast en doelgerichtheid op. We moeten kennelijk ergens naartoe. Ik pleit voor een andere houding. Ruimte en tijd nemen voor het gesprek en daarbij niet vooruitgaan, maar eerder juist vertragen, stil staan bij wat de ander, misschien al in de eerste regels, zegt. Hoewel veel pastoraat gebeurt rondom verdrietige dingen in het leven, is er natuurlijk ook de dankbaarheid en de verwondering. Beide lijnen, die van zorg en verdriet ้n die van blijdschap en verwondering, vragen om benoemd te worden en verbonden te worden met bronnen van zin. Gesprekspartners zoeken daarnaar en het leven dringt hen daartoe. Zij maken degene, die pastorale zorg verleent, deelgenoot daarvan.

Beeldspraak

De geestelijk verzorger vraagt aan het begin van het gesprek aan de gesprekspartner: ‘Hoe gaat het met u?’ en als antwoord klinkt: ‘Het wandelt achteruit’. Een opmerkelijk gegeven kwam in mijn onderzoek naar voren. Mensen vertellen over hun leven dikwijls in de vorm van beeldspraak. Bovenstaand citaat is daarvan een voorbeeld. Het valt al in de eerste zinnen van het gesprek. Wie in de vertraging kan starten, heeft ook de mogelijkheid het beeld te horen en te bevragen. Op dit moment wordt (opnieuw) onderzoek gedaan naar het werken met metaforen en beelden. De kunst daarbij is niet ๓ver het beeld te praten, maar van๚it het beeld. In het voorbeeld hierboven zou de geestelijk verzorger dit beeld hebben kunnen bevragen in de vorm van: ‘Dan lijkt het me moeilijk om te zien waar de weg heen leidt.’ Of: ‘Wandelt u alleen?’

Laagwisseling

Verkeren op de existenti๋le laag vormt vaak een intense fase in het gesprek. Daarop kunnen we het niet heel lang volhouden. Dat geldt zowel voor degene in de pastorale rol als voor de gesprekspartner. Wat in gesprekken dan ook regelmatig optreedt, is de zogenaamde laagwisseling. Soms heeft ้้n van beiden het nodig om iets meer feitelijk te spreken over wat aan de orde is.

In de gesprekvoering zijn twee bewegingen waar te nemen: een beweging naar de existentieel-spirituele laag toe (laagwisseling-in) en een beweging juist daarvan af, naar de meer emotionele of cognitieffeitelijke laag (laagwisseling-uit). Het is wel van belang, in de pastorale rol, dat op te merken. Vragen om verdere informatie (door degene in de pastorale rol) of juist het vertellen van veel gebeurtenissen (door de gesprekspartner) zijn signalen van het verlaten van de existenti๋le laag. Het is niet een kwestie, dat dat niet goed zou zijn. Het is veel meer de vraag wat het betekent dat het gebeurt.

Gepaste zelfonthulling

Natuurlijk leren we in gesprekstrainingen, dat het gaat om het verhaal van de ander. Het is niet de bedoeling, dat wij in het pastoraat breeduit onze eigen ervaringen vertellen en daarmee als het ware de ander het verhaal ontnemen. In de professionele gespreksvoering is het zelfs een soort code om niet te spreken over je eigen levensovertuiging.

Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk, dat ้้n van de krachtigste manieren om op de existentieel-spirituele laag te spreken, juist is waar de gesprekspartner en degene die een pastorale rol heeft, samen stil kunnen worden in verwondering of samen stamelen bij de grote vragen van het leven. Dat het daarin komt tot een aan elkaar vertellen van hoe je je daar doorheen beweegt en wat voor jou, vanuit jouw bronnen van geloof en zingeving, helpend is. Niet om de ander tot jouw gelijk of overtuiging te bewegen, maar als een aanbod om er ook eens op die manier naar te kijken. Zoals ook de gesprekspartner in diens visie voor de pastor/bezoeker een geschenk kan zijn.

Dr. Theo van Leeuwen is emeritus-predikant van de Protestantse Kerk. Hij is ook werkzaam geweest als docent theologie in het HBO en heeft een praktijk voor supervisie en existenti๋le begeleiding.


Ouderlingenblad 2025, nr. 9

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken