Zowel in de lezing uit Numeri als in het gedeelte uit het Evangelie naar Marcus gaat het om de zorg voor de correcte omgang met datgene wat als heilig wordt gezien. In Numeri wijst Jozua zijn meester Mozes erop dat er door Eldad en Medad wordt geprofeteerd, zonder dat zij zich bij de groep uitgekozenen bevonden. En in het evangelie komen de leerlingen bij Jezus met de klacht dat er iemand is die in zijn naam genezingen doet, maar zich niet bij de kring van zijn leerlingen wil aansluiten. Profetie en genezing zijn gaven van God, maar hoe exclusief zijn
Het volledige Premium-artikel lezen?
Als Premium-lid kan je dit artikel gratis lezen door in te loggen op jouw account. Nog geen Premium-lid? Al voor € 10,- per maand lees je alles op Theologie.nl.
InloggenLid worden