Aan het begin van de Veertigdagentijd, waarin verschillende passages uit Jeremia en Klaagliederen gelezen zullen worden, lijken we hier in Jeremia 14 een beetje met de deur in huis te vallen. Het is meteen ‘van dik hout’: totale ontreddering vanwege de ‘grote droogte’, die in de eerste verzen beschreven wordt. Deze droogte kan een historische gebeurtenis zijn geweest, maar zij kan ook symbool staan voor de catastrofe van de (ophanden zijnde) Babylonische ballingschap. In vers 18 wordt immers impliciet naar de ballingschap verwezen. De beschrijving van de droogte laat weinig aan de verbeelding over. De Judeeërs zullen deze droogte als
Het volledige Premium-artikel lezen?
Als Premium-lid kan je dit artikel gratis lezen door in te loggen op jouw account. Nog geen Premium-lid? Al voor € 10,- per maand lees je alles op Theologie.nl.
InloggenLid worden