‘Ik zal hem laten zien hoeveel hij moet lijden ter wille van mijn naam.’ Dit waren de woorden die een zekere Ananias ooit in een visioen had vernomen, toen hem werd opgedragen naar Saulus te gaan. Deze was, verblind door hemels licht, vlak voor Damascus op de grond gevallen en verbleef nu in de stad. Saulus, aldus de stem, zou Jezus’ naam brengen ‘voor volken, hun koningen en de Israëlieten’ (Hand. 9,12-16). Lijden – het was nooit helemaal afwezig geweest in de jaren waarin Paulus het evangelie verkondigde, gemeenten stichtte en hun groei begeleidde. Maar sinds hij de reis naar
Het volledige Premium-artikel lezen?
Als Premium-lid kan je dit artikel gratis lezen door in te loggen op jouw account. Nog geen Premium-lid? Al voor € 10,- per maand lees je alles op Theologie.nl.
InloggenLid worden