Menu

Premium

Het goede wil ik, het kwade doe ik

3e zondag van de Veertigdagentijd (Romeinen 7,14-25)

Op het rooster staan Exodus 20,1-17, Psalm 19,8-15, Romeinen 7,14-25 en Johannes 2,13-22(25). Deze exegese focust op de epistellezing. Romeinen 7,14-25 is een bekend en tegelijkertijd ingewikkeld gedeelte. Mensen herkennen zich te pas en te onpas in de dynamiek van wel willen en niet doen. De mens is gevangen in een strijd van trekbewegingen tussen de wet van God willen houden en de wet van de zonde doen. Zij wacht nog op de voltooiing die komt wanneer het lichaam wordt vernieuwd. Romeinen 7 staat in het grotere geheel van Romeinen 5–8, dat gaat over het leven in Christus en de

Wellicht ook interessant

None

Wie niets doet, nadert het goddelijke

De Koreaans-Duitse cultuurfilosoof Byung-Chul Han heeft een zelfverklaarde ‘zielsvriendschap’ met Simone Weil. Haar denken motiveert hem tot mystieke mijmeringen in zijn jongste essay Spreken over God. Tegenover de continue afleiding in onze maatschappij plaatst hij aandacht, inactiviteit en wachten. Leidt dat tot onderhoudende kritiek op het laatkapitalisme of lezen we een behapbaar bijproduct van datzelfde systeem? Filosoof en Weil-kenner Lieven De Maeyer las Spreken over God en concludeert: Han reduceert Weils filosofie tot een handig alibi om vooral niets te doen.

None

Fragment uit Het Keltisch jaar van David Cole

Alles in de natuur werkt volgens een ritme. Alles heeft een natuurlijke kringloop; zo leven ook wij, mensen, volgens een ritme. Er zijn ritmes die goed zichtbaar zijn, zoals de seizoenen: gedurende het jaar zien we de bomen en bloemen voor onze ogen veranderen. Maar er zijn ook subtielere ritmes en kringlopen, zoals die van de sterren die elke nacht langs de hemel bewegen, en de zonsopkomst en -ondergang die door het jaar heen langs de horizon in plek opschuift.

Nieuwe boeken