Paulus begint zijn brief aan de Filippenzen met een hartelijke, ja, verheugde begroeting. Hij heeft goed nieuws over hen ontvangen. Wel ziet hij dat hun vruchten nog verder moeten groeien. En hoe is het met Paulus zelf? De gemeente in Filippi had Epafroditus afgevaardigd met goede gaven om hem te ondersteunen in zijn levensonderhoud in de gevangenis, net als eerder in Tessalonica. Paulus was verstoken van werk en eigen inkomsten en beperkt in zijn activiteiten. Maar door de gevangenschap ziet hij zijn missie juist bevorderd. Paulus schrijft niet ver van Filippi, hij verlangt er binnenkort weer te komen. We kunnen
Het volledige Premium-artikel lezen?
Als Premium-lid kan je dit artikel gratis lezen door in te loggen op jouw account. Nog geen Premium-lid? Al voor € 10,- per maand lees je alles op Theologie.nl.
InloggenLid worden