De context is niet onbelangrijk bij dit gedeelte uit Marcus. Na twee eerdere leergesprekken (12,13-17 en 12,18-27) horen we hier het derde leergesprek. De gesprekspartner is ditmaal een schriftgeleerde (Gr.: grammateus, 12,28). De leergesprekken volgen op de vraag naar Jezus’ bevoegdheid (Gr.: exousia, 11,28). Marcus’ versie van dit derde leergesprek is veel vriendelijker dan die van Matteüs (22,34-40). Bij Marcus gaat het niet, zoals bij Matteüs, om ‘beproeven’ (Gr.: peirazoo, 22,35), maar om waardering: ‘ziende, dat Hij hun goed had geantwoord’ (12,28, eigen vertaling). Die waardering is uiteindelijk wederzijds.