In de teksten uit Jeremia 18 en 19 staat op twee verschillende manieren het werk van de pottenbakker centraal. In de eerste tekst gaat het om de actie in de werkplaats: klei die zich onder de handen van de maker vormt op de draaischijf, in de tweede tekst gaat het om een eindproduct waar niets meer aan te veranderen valt, een aardewerken fles of kruik die demonstratief wordt stukgeslagen. Het zijn beklemmende taferelen waaruit op het eerste gehoor een archaïsch godsbeeld spreekt: God kan het leven van volkeren maken en breken, God grijpt vormend of vernietigend in waar het Hem
Het volledige Premium-artikel lezen?
Als Premium-lid kan je dit artikel gratis lezen door in te loggen op jouw account. Nog geen Premium-lid? Al voor € 10,- per maand lees je alles op Theologie.nl.
InloggenLid worden