Het spreekt haast vanzelf dat we bij de naamgeving van de pasgeboren Jezus als eerste lezen uit Numeri 6,22-27, waarin het gaat over de Naam van God. Aan de naam die mensen elkaar geven, gaat immers de onuitsprekelijke Naam vooraf die boven alle namen uitgaat. Mensen kunnen elkaar bij de naam noemen door die te roepen. Je richt je tot de ander via zijn of haar naam. Je merkt hoe vervelend het is als je de naam niet kent, bijvoorbeeld als iemand je opbelt en jij jouw naam moet zeggen zonder die van de ander te kennen, je weet dan
Het volledige Premium-artikel lezen?
Als Premium-lid kan je dit artikel gratis lezen door in te loggen op jouw account. Nog geen Premium-lid? Al voor € 10,- per maand lees je alles op Theologie.nl.
InloggenLid worden